In Memoriam

Lieve papa,

Vier jaar geleden vroeg ik jou of je het verloop van jouw leven wilde vastleggen, voor je kinderen en voor je kleinkinderen. Jij met al je verhalen en ik met mijn liefde voor het schrijven, samen werkend aan een mooie creatie. Je vond het een leuk idee.

Gedurende een aantal weken reed ik vervolgens op maandagochtend richting Breda, waar we in de knusheid van jouw appartement foto’s en andere tastbare herinneringen door onze handen lieten gaan. Ik wilde meer opschrijven dan een aaneenschakeling van feiten, ik wilde weten hoe jij een bepaald moment had beleefd en hoe iets had gevoeld of geroken. Dus ik vroeg door tijdens onze gesprekken en jij vertelde openhartig…

Op 13 mei 1927 werd je geboren in het Brabantse dorp Dorst, als eerste kind van Cornelis van Dorst en Adriana van der Hoofden. Zij noemden jou “Henricus Cornelis”. Henk van Dorst uit Dorst. Je droeg je naam met trots, zo vertelde je mij.

In de jaren die volgden kreeg je er een zusje “Corrie” en later een broertje “Piet” bij. Jullie groeiden op in een warm, liefdevol gezin. Je vader was een groot natuurliefhebber. Elke dag trok hij de bossen in en zo vaak als mogelijk nam hij jullie kinderen mee. Het is daar waar ook jouw liefde voor de natuur en de dieren haar oorsprong vond.

Aanvankelijk ging je, samen met je vriendjes uit het dorp, naar de basisschool in Dorst. Maar kort voor je elfde verjaardag stuurde jouw vader je naar de jongensschool aan de Karrestraat in Breda. Hier zou je meer uitgedaagd worden. Je vertelde me, dat je jouw vader altijd dankbaar bent geweest voor dat besluit.

Toen je 13 jaar oud was brak de Tweede Wereldoorlog uit. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 zetten Duitse soldaten voet op Nederlands grondgebied. In diezelfde vroege ochtend werd de bakker uit jullie dorp op de bok van zijn paardenwagen door de Duitsers doodgeschoten. Deze gebeurtenis maakte op jou als kind grote indruk. Je vader besloot om uit veiligheid te vertrekken naar de Seterse bossen. Samen met andere gezinnen, konden jullie terecht op verschillende boerderijen. Het slapen op de hooibalen in de schuur was spannend en je vond het stiekem jammer dat jullie alweer enkele dagen later terugkeerden naar huis.

Het leven nam min of meer gewoon zijn beloop en omdat jullie in een dorp woonden waar mensen elkaar hielpen, heb je tijdens de oorlog nooit honger geleden. Soms mocht jij, als oudste zoon, na zonsondergang met je vader mee om zware zakken graan op te halen. De kleine zandweggetjes die jullie samen afliepen, stonden in je geheugen gegrift, zo vertelde je mij. Tijdens de oorlog werd jullie kleding vermaakt, ook nadat deze versleten was. In die periode leerde jij over ‘zuinig zijn’ en over ‘bewust omgaan met spullen’. Een belangrijke les, die je later hebt overgebracht op ons.

Het verloop en de verhalen over de oorlog zijn jou altijd blijven boeien. Je reis in 2012 naar de stranden van Normandië, samen met Loes en Irene, was voor jou dan ook een hoogtepunt in je leven.

Na de oorlog maakte jij je studie af. Inmiddels zat je op de Kweekschool in Breda waar je voor docent werd opgeleid. Na enkele tijdelijke betrekkingen, kreeg je een vaste baan in Etten-Leur. In de bus op weg naar je werk, trof je steeds hetzelfde meisje. Na verloop van tijd vroeg je of je naast haar mocht zitten. Ook zij bleek voor de klas te staan en al snel hadden jullie meer dan voldoende gespreksstof. Bij zonnig weer spraken jullie af om samen richting het werk te fietsen. Op een dag pakte je onderweg voorzichtig haar hand. En die heb je niet meer losgelaten.

Op 12 juni 1957 trouwde je met “Joop van Mechelen” en trokken jullie in het nieuwbouwhuis aan de Van Riebeecklaan 35 in Breda. Daar werden wij, de vier kinderen, geboren. Mama wijdde zich volledig aan het moederschap en jij zorgde voor het inkomen. Het was een verdeling waar jullie je alle twee goed bij voelden.

Wij groeiden op in een warm nest. Het heeft ons nooit aan iets ontbroken en zeker niet aan liefde. Verjaardagen, Sinterklaas, Kerst en Carnaval, alles werd uitbundig gevierd. Ook de gezinsvakanties waren een feestje, al vraag ik me nog steeds af hoe jullie het voor elkaar kregen om alles en iedereen te vervoeren naar de plek van bestemming.

Een Volkswagen Kever, met op de achterbank vier opgroeiende kinderen. Om beurten moesten twee van ons naar voren en twee van ons naar achteren gaan zitten. Allemaal tegelijk tegen de rugleuning paste namelijk niet. Als echte poppenmoeder wilde ik niet alleen mijn babypop meenemen op vakantie, maar ook het kinderstoeltje, haar potje om op te plassen en de buggy om mee te wandelen. Deze laatste drie stonden voor in de auto bij mama, bovenop de picknickmand. En ik durf met zekerheid te zeggen dat de pop zelf, nog voordat we de grens over waren ook op haar schoot belandde. Over 329 kilometer deden we dan zo’n 12 uur, omdat we ongeveer elke 30 kilometer gingen picknicken, tot grote vreugde van mama.

In 1987 stopte jij met werken en begon voor jullie samen een prachtige tijd. Een jaar nadat je gestopt was, werd je als complete verrassing benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau, vanwege bijzondere prestaties in het onderwijs. Wat was je trots en wat ben ik nu nog steeds trots op jou.

In 1991 werd mama ziek. Jaren van behandelingen en onzekerheid volgden. Het bleek een strijd die zij niet ging winnen. Zij overleed kort voor de geboorte van Kars, haar eerste kleinkind.

Aan een leven zonder Joop ben ik nooit gewend geraakt, maar een keuze had ik niet, zo vertelde je mij tijdens het schrijven van jouw verhaal.

Dus ging je door. Je zocht afleiding, trok erop uit met de trein en met de fiets. Je boekte soms een hotel voor een paar nachten weg en je had niet de behoefte om iemand mee te vragen. Voor jou was er niemand die mama’s plek kon innemen.

Voorwaarts gaan, van de ene dag in de volgende. Meebewegen met het leven. Dat is wat jij deed papa en dat is wat ik van jou heb geleerd. Een prachtige invulling van je tijd vond je gelukkig ook in je vijf kleinkinderen, Kars, Claas, Ties, Carlijne en Steffie. Wat vond je het altijd fijn om hen te zien.

Enkele jaren geleden kwam je met je fiets ten val. Je brak je enkel en je besefte dat het fietsen te gevaarlijk voor je werd. Dit was een verdrietige conclusie, want je deed het zo graag.

Vorig jaar werd je 90. We vierden het met elkaar groots in het klein. We spraken allemaal onze mooiste herinneringen naar jou uit. Het werd een dag met een gouden randje.

Maar de laatste maanden werd je steeds een beetje meer moe. Het lopen ging slechter, de stukje waartussen je moest uitrusten werden korter.

Twee weken geleden kreeg je griep en werd je met een dubbele longontsteking opgenomen in het ziekenhuis. Het lukte je niet meer om daarvan te herstellen. Je was op papa. Je was aan je laatste beetje toe. Het is genoeg geweest, zo zei je tegen de arts. De volgende ochtend om 08.30 uur was je leven voorbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *